voor kind
en volwassene
“Ik ben al een keer gecoacht.”
Hij zegt het voorzichtig.
Twee prachtige, open ogen kijken me aan.
Nieuwsgierig.
Maar ook moe.
“Mijn zoon is nu 4.
En… ik heb de neiging om hem te slaan.
Wanneer hij iets niet wil,
of wanneer hij niet opschiet.”
Hij slikt.
“Het ligt aan mij.
Ík ben de volwassene.
Maar mijn woede… ik heb het niet onder controle.”
Hij wrijft over zijn borst.
“Hier… het voelt hard. IJzer.
En het komt zó snel.
Vanuit het niets ontplof ik.
Ik voel het gewoon niet aankomen.
Het moet anders.
Dit wil ik mijn kind niet aandoen.”
En dan komt het echte verhaal.
Toen hij 7 was,
voelde hij diezelfde spanning al,
veel eerder dan hij er woorden voor had.
Zijn moeder ontplofte vaak.
Hij liep op eieren.
Hij bevroor van angst voor haar woede.
Dat bevroren kind in hem
neemt nu soms het roer over
wanneer híj als vader wordt getriggerd.
Het systeem van vroeger
herhaalt zichzelf…
tot je het durft te zien.
Hij begint te huilen.
Niet zachtjes maar
Eerlijk.
Zó eerlijk dat het stil wordt in de kamer.
Hij is bezig met herkennen,
erkennen,
en vooral: loslaten wat niet meer van híj is.
Aan het einde vraag ik:
“Hoe voel je je nu?”
Hij denkt lang na.
“Alsof ik door elkaar ben gehusseld,” zegt hij.
En hij glimlacht een beetje.
Dat husselen is precies waar het begint.
Wanneer oude systemen worden losgemaakt,
kan het even voelen alsof je nergens staat.
Alsof je niet weet wie er aan het stuur zit.
Maar dan…
komt er ruimte.
Voor zachter ouderschap.
Voor innerlijke rust.
Voor een vader die niet meer overleeft,
maar leeft.
En als dát gebeurt…
Chill. Echt. Chill.